Neem contact op
Meld je bij iemand die jou kan introduceren in de Kerk, zoals de pastoraalcoördinator of de verantwoordelijk prieters. Hij brengt je in contact met de verantwoordelijke voor het catechumenaat.
Dit is het traject waarin je je voorbereidt op het christelijk leven. Contactgegevens vind je onderaan de pagina.
Start het gesprek
In een of meerdere gesprekken met de verantwoordelijke bespreek je jouw motivatie en verlangen om christen te worden. Hier leg je de basis voor je persoonlijke traject.
Volg een begeleid traject
Samen met jouw begeleider stel je een traject op maat op. Dit duurt meestal 13 tot 18 maanden en omvat:
Het ontvangen van catechese en verdieping in het geloof.
Deelname aan de geloofsgemeenschap.
Begeleiding door een peter of meter.
Geleidelijke toeleiding naar de drie initiatiesacramenten: doopsel, vormsel en eucharistie.
Ontvang de sacramenten
Tijdens de paaswake worden de sacramenten toegediend.
Daarna blijf je, samen met je peter, meter en de gemeenschap, verder groeien in je geloof.
Veelgestelde vragen over het doopsel als volwassene of jongvolwassene
Zijn er voorwaarden om aan het catechumenaat te beginnen?
Doopkandidaten moeten minstens 14 jaar zijn om aan het catechumenaat te kunnen beginnen. (Tot 7 jaar spreken we over een kinderdoopsel, van 7 tot 14 is er een aangepast catechumenaat voor kinderen.) Wie al gedoopt werd in een andere erkende christelijke kerkgemeenschap, hoeft niet opnieuw gedoopt worden. Wie wel gedoopt, maar nog niet gevormd werd, kan zich aanmelden voor een traject vergelijkbaar met het catechumenaat.
Waarom lijkt de Kerk zo veeleisend voor het toedienen van het doopsel aan een volwassene?
Het doopsel van een baby en dat van een volwassene is niet alleen verschillend door de leeftijd. Een volwassene maakt een bewuste keuze voor het geloof. De initiatie, de langere weg naar het doopsel, is de tijd waarin je het geloof verder leert kennen en jouw verlangen om christen te worden, kan verdiepen. Een overhaast volwassenendoopsel zou zijn als een huwelijk zonder verloving.
Bij de kinderdoop is de context niet de persoonlijke keuze en de initiatie, maar de christelijke opvoeding van het kindje. Het persoonlijke geloof is voor later. De baby wordt gedoopt in vertrouwen op een christelijke opvoeding.
Waarom wordt het doopsel van volwassenen toegediend door een bisschop?
Bij de begeleiding van de volwassen doopkandidaten is niet alleen de plaatselijke, maar ook de brede geloofsgemeenschap van het bisdom betrokken. Als hoofd daarvan is de bisschop direct verantwoordelijk voor het catechumenaat.
Is het catechumenaat een moderne uitvinding?
In de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis waren het bijna uitsluitend volwassenen die hun verlangen kenbaar maakten om christen te worden. Als er al kinderen gedoopt werden, gebeurde dat bij de doop van een hele familie. Dankzij oude geschriften (zoals van Hippolytus van Rome) weten we dat het catechumenaat rond het einde van de 2de eeuw tot 3 jaar kon duren.
Toen het christendom staatsgodsdienst werd, kwijnde het catechumenaat weg. Christen zijn werd een burgerplicht. Het kinderdoopsel werd de gangbare praktijk. In plaats van de stapsgewijze initiatie in de onbekende en nieuwe wereld van het geloof kwam het model van de socialisatie. De hele samenleving was christelijk. De kinderen werden automatisch christen onder invloed van het milieu dat hen omgaf. Die situatie is volop aan het keren. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-65) herstelde daarom het catechumenaat van de eerste eeuwen.
Waarom gebeurt het volwassenendoopsel in de paaswake?
In het centrum van heel het proces van catechese en ingroei in de christelijke levensstijl staat het paasmysterie. Gods liefde komt ten volle tot uiting in de kruisdood en verrijzenis van Christus. Het doopsel staat voor diezelfde overgang: sterven aan de oude mens en nieuw worden in Christus. In het vormsel wordt dit bezegeld. En de eucharistie is de dankbare gedachtenis van het mysterie van dood en verrijzenis.
Hoe intensief is de voorbereiding op het doopsel?
Het catechumenaat duurt 13 tot 18 maanden. Er zijn 4 periodes met wisselende intensiviteit.
Precatechumenaat: deze fase bestaat uit enkele bijeenkomsten. Naast de motivatie komt de kern van het geloof, het zogenaamde kerygma, ter sprake: wat verandert het aan mijn levensweg als ik geloof in de God van Jezus Christus? De overgang van dit precatechumenaat naar het eigenlijke catechumenaat wordt bezegeld in een eerste belangrijke liturgische viering, de opneming in het catechumenaat. Deze viering vindt plaats in de geloofsgemeenschap waarin je als doopleerling zal worden opgenomen. Je wordt gezegend met het kruisteken en ontvangt een Bijbel.
Inwijding in het gelovige leven: dit is het meest omvangrijke deel van het catechumaat. Je wordt ingewijd in het leven als christen, in de Schrift, het gebed, de geloofsgemeenschap. Je woont de eucharistie bij, maar gaat nog niet ter communie. Bij de aanvang van de veertigdagentijd eindigt dit deel van de voorbereiding. De overgang naar de directe voorbereiding op het doopsel wordt bezegeld in de viering van de uitverkiezing en de definitieve naamopgave.
Directe voorbereiding: de directe voorbereiding gebeurt tijdens de 40-dagentijd vlak voor de paaswake waarin het doopsel plaatsvindt. Het is een intense periode met symboolrijke vieringen. In de paaswake vindt de derde en beslissende liturgische stap plaats, de toediening van de drie initiatiesacramenten.
Verdere inwijding of mystagogie: De wekelijkse viering van de eucharistie is een blijvende bron van christelijke initiatie. Daar is het dat je als christen je geloof blijvend kan voeden en nieuwe kracht vindt. Alle christenen blijven dus eigenlijk leerlingen in het geloof.
Verloopt het catechumenaat voor iedere doopkandidaat op dezelfde manier?
Uiteraard is er veel kans tot maatwerk, afhankelijk van de persoonlijkheid en de concrete situatie van de catechumeen, de begeleiders en de gemeenschap. Maar het algemene kader blijft gelijk. Het is gegroeid door de eeuwen heen en bewijst in grote delen van de wereld, ook in West-Europa, al vele jaren zijn deugdelijkheid.