Op Witte Donderdag stond de herdenking van het Laatste Avondmaal centraal, waarbij de oproep tot dienstbaarheid en liefde tastbaar werd gemaakt.
Tijdens de Goede Vrijdagviering werd in stilte en ingetogenheid stilgestaan bij het lijden en sterven van Jezus, met bijzondere aandacht voor het kruis als teken van hoop.
De paaswake op Stille Zaterdag vormde het hoogtepunt van het triduüm. In het duister werd het nieuwe licht ontstoken en verspreid onder de gelovigen, als symbool van de verrijzenis. Schriftlezingen, zang en het hernieuwen van de doopbeloften gaven deze viering een feestelijk en hoopvol karakter. Een bijzonder element was het herontdekken van de prachtige OLV ter Sneeuwkerk na de schilderwerken.
Op paaszondag werd de verrijzenis van Christus uitbundig gevierd. De kerk was gevuld met vreugdevolle muziek, bloemen en een grote opkomst van parochianen. De boodschap van nieuw leven en hoop klonk krachtig door en bracht mensen samen in geloof en gemeenschap.