't is Pasen

U bent hier

 

 

 

 

 

 

 

 

“’t Is Pasen”, zei de vink
en sloeg een liedje van plezier.
En de merel op het dak, in zijn beste pak,
zong ook al dat het Pasen was,
van tierelierelier.
En de klokken luiden luid
boven alle vogels uit:
’t is Pasen, alleluja.

“’t Is Pasen”, zei de wind
en blies de wolken op de vlucht
en het zonnetje dat scheen dwars door alle nevels heen
De bloemen staken overal hun kopjes in de lucht.
Alle dingen werden blij,
want de droefheid ging voorbij.
’t Is Pasen, alleluja.

’t Is Pasen overal
voor alle mensen, klein en groot
en met Pasen ieder jaar
dan vertellen wij elkaar,
dat Jezus wonderbaarlijk
is verrezen van de dood.
’t Is Pasen, alleluja.
Jezus bracht het licht
en iedereen wordt vrij.

 

(Uit: K. Harte, Woorden met elkaar. Teksten voor bezinning en viering, Baarn, Gooi & Sticht, 1992.)