Vaderspreuken

De meeste woestijnvaders leefden in de vierde en vijfde eeuw na Christus in de Egyptische woestijnen. Hun verhalen en uitspraken bekleden een unieke plaats in de christelijke traditie en zijn tot op vandaag een inspiratiebron voor monniken en vele andere gelovigen.

Ze zijn ten onrechte bij het brede publiek minder gekend. We laten u in deze rubriek kennismaken met deze unieke geloofsschat.

Image result for woestijnvaders

Wijsheid uit de woestijn

(bron Henri Nouwen - Wijsheid uit de woestijn / Maurits Pinnoy - Monnik in de Woestijn)

Een broeder vroeg abt Poimên: "Wat is bekering van de zonde?" En de grijsaard zei: "De zonde niet meer bedrijven."

***

Abt Poimên zei: "Vele mensen zijn invloedrijk geweest, maar weinigen hebben in die omstandigheden géén verdriet berokkend."

***

Een broeder vroeg abt Poimên: "Ik heb een plaats gevonden waar ik helemaal verlost ben van mijn broeders. Wilt u dat ik daar ga wonen?" De grijsaard sprak: "Waar ú geen hinder bezorgt aan uw broeder, ga daar wonen."

***

Abt Poimên zei: "Velen vóór ons werden heldhaftig in de gestrengheid, maar slechts een enkeling in het fijn aanvoelen van de gedachten door middel van het gebed."

***

Er was iemand die abt Pambo heette en van hem zei men, dat hij drie jaar God bleef vragen: "Verheerlijk me niet op aarde."
En God verheerlijkte hem zozeer, dat niemand hem in het gelaat kon zien wegens de heerlijkheid die erover zijn gelaat lag uitgespreid.

***

Abt Johannes zei: "Eens kwamen we vanuit Syrië om abt Poimên te bezoeken, want we verlangden hem te ondervragen over de hardheid van het hart.
Hij zei: "De natuur van water is week, die van steen hard. Maar als een kruik is opgehangen boven een steen, gestadig druppelend, dan holt het water de steen uit.
Zo is ook Gods woord week en ons hart hard. Als nu de mens geregeld naar Gods woord luistert, opent zich zijn hart om God te vrezen."

***

Een broeder vroeg abt Poimên: "Ik heb een plaats gevonden waar ik helemaal verlost ben van mijn broeders.
Wilt u dat ik daar ga wonen?" De grijsaard sprak: "Waar ú geen hinder bezorgt aan uw broeder, ga daar wonen."

***

Abba Diolcos zegt in een vaderspreuk: Wanneer er gedachten komen in het hart van een broeder, kan hij ze in geen geval uit zijn hart verdrijven wanneer hij er geen woorden uit de Schrift of van de oudvaders bijhaalt.
Wanneer de Heer het huis betreedt, dan verdwijnen de vreemdelingen die er zijn.’

***

 

Een ging Abba Poimen door Egypte en zag een vrouw die neerzat in een graf en bitter weende.
En hij zei : " Als alle geneugten van deze wereld haar zouden toekomen, zouden zij de pijn in haar hart niet kunnen helen. Evenzeer moet de monnik constant in rouw zijn".

***

Verder zei hij : De ene man schijnt te zwijgen, maar zijn hart veroordeelt de anderen :  die man praat constant.
Een ander spreekt van 's morgens tot 's avonds, maar bewaart het stilzwijgen; ik bedoel : hij zegt alleen wat nuttig is."

***

Men vertelde van Abba Poimen dat hij geïnviteerd werd om te komen eten, en dat hij et tegen zijn zin wenend naartoe ging om zijn broeders niet te kwetsen en hun geen pijn aan te doen.

***

Een broeder ondervroeg Abba Poimen als volgt : "ik heb een erfdeel ontvangen; wat doe ik ermee?"
De ouderling zei hem :  "Ga nu weg en keer terug na drie dagen, dan zal ik het zeggen".
Hij keerde terug en de ouderling zei : 
"Wat kan ik je zeggen broeder ? Stel dat ik zeg :-  Geef het aan de kerk - san maken zij goede sier. Zeg ik : - Geef het aan je verwanten - dan wordt je niet beloond.
Maar zeg ik : - Geef het aan de armen - dan ben je vrij van zorgen. Handel naar goeddunken, mij gaat het niet aan."

***

Abba Anub ondervroeg Abba Poimen over onzuivere gedachten die uit het hart van de mens opwellen en over ijdele begeerten.
Daarop zei Abba Poimen : " Pocht een bijl soms tegen hem die ermee hakt ?" (jes 10,15).
"Als jij hun zelf de hand niet reikt en er geen genot in vindt, staan begeerten weerloos"

***

Een broeder vroeg abba Poimen ; " Ik heb een grote zonde begaan en wil drie jaren boete doen"
De ouderling antwoordde "Dat is geruime tijd"
Daarop vraagt de broeder : En één jaar ?"
Opnieuw zei de oude :  " Dat is geruime tijd"
Aanwezigen stelden voor : "Een veertigdaagse ?"
Nogmaals zei de ouderling : "Dat is geruime tijd"
Hij voegde eraan toe : " Als een mens in de grond van zijn hart berouw heeft en niet langer wil zondigen, aanvaardt God zelfs na drie dagen zijn berouw"

***

Abba Poimen zei over abba Pioor dat hij elke dag opnieuw begon

***

Abba Hesaias zei eens :  Wanneer iemand kwaad met kwaad wil vergelden, dan kan hij zelfs door een enkele beweging het geweten van zijn broeder schade bezorgen

***