driekoningen

Week 52

Ik kniel voor uw kribbe neer

Rond het feest van Driekoningen horen we opnieuw het verhaal van de Wijzen uit het Oosten (Mt 2,1-12). Doorheen de eeuwen is dit tafereel talloze keren verbeeld: drie zoekende mensen die een ster volgen, op weg naar het Kind van Bethlehem. Ook vandaag blijft dat verhaal ons aanspreken.

Een ster die richting geeft

Sterrenkundigen vermoeden dat de “ster van Bethlehem” een bijzondere samenstand van planeten was, ergens rond het jaar 6 vóór Christus. Maar belangrijker dan de vraag wat zij was, is wat zij deed: mensen op weg zetten.
De Wijzen lieten zich raken door een licht dat groter was dan henzelf.
Ze vertrokken, zoekend en niet precies wetend waarheen. Zoals wij soms ook onze weg gaan, vertrouwend dat God ons leidt.

Een levende traditie

In de traditie leeft het verhaal van de Drie Koningen verder. Hun relieken worden al eeuwen bewaard in de Dom van Keulen. Of ze werkelijk van de Wijzen zijn, blijft onzeker, maar ze herinneren ons aan de generaties gelovigen vóór ons die - net als zij - op weg gingen naar het licht.

Vol vreugde knielen

Op het feest van de Openbaring horen we Jesaja zeggen:“Volkeren komen af op uw licht.”

En Matteüs vertelt hoe de ster bleef stilstaan boven de plaats waar het Kind was. De Wijzen worden vervuld van “overgrote vreugde” en knielen neer. Niet uit angst, maar uit verwondering voor Gods nabijheid in een kwetsbaar kind.

Knielen is een gebaar van vertrouwen: alles wat we zijn en dragen neerleggen bij de Heer.
Zoals de Wijzen hun gaven brachten, mogen ook wij komen met onze vreugden, ons verdriet, onze zorgen en onze dankbaarheid. We moeten het niet alleen doen.
God nodigt ons uit om te rusten in Zijn Licht.

Een oud koraal , toongezet door Johan Sebastiaan Bach (BWV 164) drukt dit heel mooi uit:

“Ik kniel aan uwe kribbe neer,o Jezus,
Gij mijn leven.
Ik kom tot U en breng U, Heer,
wat Gij mij hebt gegeven.
O neem mijn leven, geest en hart,
en laat mijn ziel in vreugd’ en smart
bij U geborgen wezen.”

Moge dit oude kerstlied ons in deze tijd opnieuw raken.
Moge het ons dichter bij Christus brengen, het Licht dat onze weg verheldert.
En moge het ons, net als de Wijzen, vervullen met overgrote vreugde.

advent en Maria

Week 51

Maria, zij die hoopvol blijft

Zij bracht haar Zoon ter wereld, haar eerstgeborene, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg. (Lc 2,7)

 Als we op reis gaan, zoeken we voor even een nieuwe thuis. Op hotel, op de camping: ons tijdelijke verblijf is onze nieuwe thuis. Al snel vervallen we in onze gewoontes, leggen we de dingen zoals we gewoon zijn en doen we wat we thuis doen. Er zijn maar weinig mensen die van het totaal onverwachte houden, en zelfs zij zoeken ernaar de nieuwe situatie naar hun hand te zetten. Een file doorkruist onze verwach-ting, een hotel of een camping die volgeboekt is, is een probleem.

 Beeld je eens in wat het moet geweest zijn voor Maria, hoogzwan-ger, die geen plaats vond, niet alleen om te slapen, maar ook niet om te bevallen. Op dezelfde manier waarop ze aanvaardde om de moeder van God te worden, slaat ze ook hier niet in paniek. Ze bevalt van een Zoon in moeilijke omstandigheden. Ze wikkelt Hem in doeken, zoals in die tijd de gewoonte was. Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. (Lc 2,19)

 Zelfs als blijkt dat haar Zoon geen gewoon kind is, blijft ze kalm, laat ze de dingen rustig op hun beloop. Dat maakt van Maria zo’n mooie fi-guur. Latere tradities maakten haar tot de Koningin van de Hemel en gaven haar ronkende titels, maar het oorspronkelijke verhaal toont haar als een eenvoudige, essentieel onschuldige jonge vrouw.

 Zoals zovelen in onze tijd is Maria het slachtoffer van een politiek regime dat mensen gebruikt om hun machtspositie te versterken. Maria moest haar thuis verlaten, en zelfs als ze bevallen was, werd ze gedwongen om zich telkens weer aan te passen aan nieuwe omstandig-heden. Geen wonder dat ze de tijd nam om rustig na te denken over wat haar overkwam.

 Haar sterkte was dat ze geloofde in de toekomst. De engel Gabriël had haar voorspeld dat ze een Zoon zou baren. Op bezoek bij Elisabeth had ze beseft dat Hij geen kind als een ander zou zijn. Zoals ze ge-duldig gewacht had op de geboor-te van haar Zoon, zo ook wacht-te ze geduldig op wat komen zou. Doorheen het evangelie leren we haar kennen als diegene die hoop-vol blijft en haar rol aanvaardt, zelfs tot het einde toe.

 

 Uit : Leeftocht, december 2025

Leeftocht is een tijdschrift dat verdeeld wordt over de katholieke scholen in Vlaanderen.

Laatste oordeel

WEEK 49

Van Angst voor het einde der tijden naar begin van een nieuwe tijd

Beste medegelovigen

Een kerkelijk jaar loopt opnieuw stilaan op zijn einde. Binnenkort verschijnt opnieuw de adventskrans en kijken we uit naar de geboorte van onze Heer. Het is een vast patroon, waarbij religie ritme en structuur brengt in onze steeds chaotischer wordende wereld. En toch… soms lijkt die wereld zich weinig aan te trekken van ons kerkelijk ritme.

Bommen blijven vallen en mensen worden nog steeds slachtoffers, ondanks onze kaarsen en onze gebeden. Machtige mensen blijven de eigen kaart trekken ten koste van zovele anderen terwijl wij zingen ‘Heilig is onze God alleen, en niet bezit of macht of eigenbaat’’.  Preken in de kerk voelde nooit zo ijdel, zo machteloos.

En toch staan wij hier. En toch steken wij kaarsen aan. En toch bidden wij. Niet uit  naïviteit, niet om de werkelijkheid te ontvluchten. Het is precies het tegenovergestelde.  Wij zijn hier omdat Gods woord ons leert niet weg te kijken, maar ànders te kijken. In de wereld te gaan staan – die wereld niet ontlopen – maar met een ander kompas dan angst, cynisme of macht.

Al vele jaren geef ik gepassioneerd godsdienstles aan leerlingen tussen 12 en 20 jaar. Allen zijn zij opgegroeid in deze chaotische wereld – meer nog dan u en ik. Het zijn leerlingen uit tso en bso, vaak uit kwetsbare middens -  die af en toe schrijnende verhalen van het thuisfront vertellen. Hun achtergrond is zeer divers: van zeer gelovige evangelische christenen en moslims tot uiterst atheïstische leerlingen met een aversie voor alles wat religieus is. Ik hoor het u denken: ‘Begin er maar aan.’

Toch onderschat ik hen absoluut niet en leg ik de lat hoog. Zo verkennen we  – in de lijn van de  Bijbelfragmenten die we vandaag hoorden, ook het thema van het einde der tijden. We bekijken samen Michelangelo’s prachtige fresco ‘Het laatste oordeel’ en beluisteren korte fragmenten van het Requiem van Mozart. Het Dies Irae doet hen onvoorstelbaar hard schrikken. Muziek over het eind der tijden, de dag waarop de Rechter zal komen om de wereld in as te leggen en de angst van de christen om niet ten onder te moeten gaan, vinden zij bevreemdend. Het maakt geen deel uit van hun culturele erfgoed en daar ligt voor ons een kans.

Want de tijd waarin angst werd gebruikt om gelovigen te sturen, zou voorbij moeten zijn. Lezingen die scherp klinken, willen ons niet bang maken maar ons juist wakker schudden: onrecht en hoogmoed hebben geen toekomst. Alles wat zichzelf groter maakt ten koste van anderen, brandt uiteindelijk op als stoppels. Tegelijk klinkt evenwel dat andere, tedere beeld: Voor jullie die ontzag voor mij tonen zal de zon opgaan, die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.”

Dàt vieren wij : dat er dwars door duisternis heen, een ander licht blijft opkomen. Niet het felle licht van macht, maar het warme licht van gerechtigheid en genezing.

Dat probeer ik mijn leerlingen duidelijk te maken: dat het evangelie ons anders leert leven dat de Bijbel niet een boek is dat ons opsluit in angst, maar één dat ons wakker maakt voor de verantwoordelijkheid die we hier en nu dragen.

Daartoe roept Paulus roept ons vandaag ook op:  tot verantwoordelijkheid en engagement. Hij schrijft: “Wij hebben dag en nacht gewerkt om niemand tot last te zijn. Niet omdat het moest, maar om een voorbeeld te stellen.” Met andere woorden: geloof dat niet concreet wordt in daden, dat geen handen en voeten krijgt, blijft leeg.

Die boodschap komt wel binnen en houdt een pijnlijk spiegel voor. Als wij hier straks buiten gaan en  een hele week lang niet doen met ons engagement, kunnen en mogen wij ons dan christenen noemen? Of zijn we het dan enkel op papier, niet meer dan een naam in een doopregister?

De lezingen nodigen uit tot inzet, om goed te doen, om te bouwen aan rechtvaardigheid en solidariteit.  En dat is een boodschap die jongeren vandaag héél hard nodig hebben. Niet hen bang maken voor het einde der tijden, maar hen uitnodigen om hun begin van tijden te maken.

In het evangelie neemt Jezus dit op een indringende manier over. Hij schetst geen fraai plaatje van onze toekomst: hij spreekt over oorlogen, natuurrampen, vervolging, instortende zekerheden. Deze lijst is herkenbaar: de actualiteit geeft ons vandaag het gevoel te leven in een ontwortelde, ontketende, ontbrande wereld.

Toch is de kern van Jezus’ boodschap niet angst, maar vertrouwen. Hij zegt duidelijk: “Raak niet in paniek.”, “Laat je niet misleiden.” En het beroemdste: “Geen haar van je hoofd zal verloren gaan.”

Jezus belooft geen wereld zonder conflicten. Maar Hij belooft wel dat we deze wereld niet alleen tegemoet hoeven te gaan. Dat Hij ons woorden van wijsheid zal geven. Dat Hij kracht schenkt op momenten dat we zelf geen woorden meer hebben. Dat standvastigheid – trouw blijven aan het goede – ons leven zal redden.

Beste mede-gelovigen, als we dat alles samen nemen, ontstaat er een bijzonder krachtig beeld. Een kerk die niet leeft van angst, maar van hoop. Een geloof dat ons niet klein houdt, maar ons uitnodigt om rechtop te staan. Een God die geen vuur spuwt, maar licht laat opgaan.

En daarom durf ik zeggen: preken is niet ijdel. Bidden is niet machteloos.  Het is de manier waarop we samen dat andere licht vasthouden, het licht van gerechtigheid en genezing. Het is het midden in de chaos blijven herhalen: “God is met ons.” En waar dat wordt uitgesproken, wordt de wereld al een tikje minder donker.

In dat vertrouwen mogen we samen verder bouwen aan het Rijk van God – in onze gezinnen, onze school, onze buurt, hier in onze parochie. Als dragers van dat licht dat nooit dooft. Amen.

Francis De Witte


 

Zoeken