Woord van de pastoor

Op 21 juni begint de zomer. Het is de langste dag van het jaar. Van dan af beginnen de dagen weer te krimpen,
zes maanden lang, tot 21 december. Dan is de dag het kortst en de nacht het langst.

Licht en donker

De geboorte van Jezus en van Johannes de Doper hangen in de liturgie met deze dagen samen.
Johannes' geboorte wordt gevierd op 24 juni, drie dagen na de zonnewende van de zomer,
op het ogenblik dat het licht weer begint te minderen. Jezus' geboorte wordt zes maanden later gevierd, op 25 december,
op het ogenblik dat het donker zijn dieptepunt heeft bereikt en het licht weer begint te groeien.

Beide geboortedagen zijn de uitbeelding in de tijd van een woord uit het evangelie.
Het laatste woord dat Johannes in het evangelie over Jezus zegt, luid namelijk "Hij moet groter worden, ik kleiner."
Het is het woord van Johannes' nederigheid. Het gaat niet om hem, maar om Jezus.
Niet hij' maar Jezus is het licht van de wereld. Niet hij, maar Jezus is het definitieve woord van God.
Hij is alleen de bode die voorop gaat, de stem die roept en aandacht vraagt voor Hem die na hem komt. "Hij moet groter worden, ik kleiner."
Deze nederigheid van Johannes leert ons niet alleen het woord van de bijbel, maar  ook de  samenhang van licht en donker.
Voor wie het kan zien verkondigt de schepping dezelfde boodschap als de Openbaring.

Geboorte

Het evangelie van dit feest vertelt de geboorte van Johannes:
de blijdschap van zijn moeder, de dankbaarheid van zijn vader,
de verwondering van de mensen die er rond zijn, de buren en familieleden.

De geboorte van Johannes was dan ook bijzonder. Zacharias en Elisabeth, zijn ouders, waren geen jonge mensen meer.
Hun huwelijk was kinderloos gebleven' Zij dragen het verdriet dat zij geen vader en moeder zijn geworden.
Als hun dan onbegrijpelijkerwijs toch een zoon wordt geboren,
worden zij bevangen door een groot ontzag en een grote dankbaarheid voor wat God hun heeft gedaan.
Zij noemen hun zoon Johannes, wat wil zeggen: God is genadig.

Uniek gebeuren

De geboorte van Johannes is zo uitzonderlijk dat de mensen gaan zien wat zich eigenlijk bij elke geboorte afspeelt.
Elke geboorte is een wonderlijk gebeuren' Elke geboorte is een onbegrijpelijke genade, verrassende goedheid' onzegbaar geluk.
We hebben het moeilijker dan vroeger om dit te zeggen.
De wetenschap ontsluiert als maar meer de geheimen van het leven en probeert de wegen van de geboorte te beheersen'
Maar al dit onderzoek is geen antwoord op de vraag waarom ik nu hier besta.

Een mens kan zijn bestaan niet begrijpen. De wereld kan ook best bestaan zonder dat ik er ben.
Ik ben er niet nodig. En toch ben ik er - deze unieke persoon, kind van ouders en grootouders, maar toch ook anders dan hen.
Ik mag er blijkbaar zijn. Een goede, scheppende macht laat mij er zijn, vindt zijn vreugde erin dat ik er ben, dat wij er zijn.
Een goede, scheppende macht die wij in het geloof noemen: God' Van ieder van ons kan men zeggen wat de buren zeiden over Johannes:
hoe groot is c1e barmhartigheid die de Heer heeft betoond !

Dank

Deze dag aan het begin van de zomer nodigt ons uit ons leven zo aan te nemen: als goedheid die God ons heeft bewezen.
Het feest van Johannes' geboorte nodigt ons uit Hem daarvoor te danken.
De eucharistie is het dankgebed van de kerk voor God, voor wat Hij in Jezus heeft gedaan,
maar evenzeer voor wat Hij in mensen heeft gedaan, in Johannes, in onze ouders, in onszelf'
In onze geboorte openbaart God zich als de bron en het geheime geluk van ons bestaan.

Zacharias gaf aan zijn zoon de naam Johannes, God is genade'
Laten wij al het geloof van ons hart samennemen en op onze beurt Hem zeggen:
U loven wij want aan uw genade danken wij ons leven.

pastoor Jos Verstraeten