Woord van de pastoor

 

Beste lezer en lezeres,

 

 

 

In het vierde boek van de Bijbel komt een prachtige zegen voor die op Nieuwjaar als eerste lezing wordt voorgedragen in de mis. Het is de mooiste wens die wij elkaar bij het begin van het jaar kunnen toezeggen.

Priesterlijke zegen

God zelf heeft hem aan Mozes en Aäron opgedragen. Als gij de Israëlieten zegent, zegt Hij, moet u dat doen met deze woorden: “Moge de Heer u zegenen en u behoeden! Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn! Moge de Heer zijn gelaat naar u keren en u vrede schenken!” (Numeri 6,24-26)

Deze woorden zijn als een balsem. Met het noemen van Gods naam verbinden zij de wens door Hem behoed en beschermd te zijn. Ze zeggen ons toe dat God met goedheid naar ons omziet. Ze vragen dat wij mogen leven onder zijn liefdevolle blik en in zijn vrede.

Er is geen dag dat wij elkaar zo gemakkelijk iets toewensen als Nieuwjaar. Wij wensen elkaar geluk en gezondheid. Wij wensen elkaar alle goeds voor de familie en succes in onze ondernemingen.  Maar het schoonste wensen wij als we elkaar Gods zegen wensen, zijn genade, zijn hulp, zijn bescherming.

Wensen zijn nog geen werkelijkheid. Maar in hartelijke en welgemeende wensen ligt al iets van Gods zegen. Zij tonen onze liefde voor elkaar en zijn een teken van de liefde die Hij ons toedraagt. Zo wens ik u, beste lezer en lezeres, en heel onze parochie Gods milde zegen in het nieuwe jaar.

 

Jos Verstraeten, pastoor