Woord van de pastoor

VISIOEN VAN DE ZOMER

Op weg naar Emmaüs

Aan de samenvoeging van de zes parochies (Destelbergen, Eenbeekeinde, Heusden, Gontrode, Melle, Vogelhoek) gaven wij de naam ‘Emmaüs’. Dit is de naam van een dorp dat wordt vermeld in het evangelie volgens Lucas. Op weg daarheen ontmoeten twee leerlingen een onbekende die hen tot het geloof brengt in de Heer Jezus. Dat is ook de bedoeling van onze samenwerking. Om wat meer vertrouwd te raken met het verhaal van Emmaüs houden wij deze bezinning, vandaag wat uitgebreider, in de komende weken wat korter.

Lucas is de evangelist van de weg. Alles wat Jezus gedaan en geleerd heeft, draagt in zijn boek Handelingen van de Apostelen de naam van “de Weg”.  Vermoedelijk was dit de eerste naam die Jezus’ leerlingen zichzelf gaven.  Saulus, staat er bij voorbeeld in 9,2, vervolgde “alle aanhangers van de weg”. 

De Weg

Deze naam betekent meer dan ‘aanhangers van de leer’ van Jezus. Deze omschrijving is te vlak. Voor de leerlingen van Jezus had ‘de weg’ een vollere betekenis, het betekende niet alleen een goddelijk onderricht  maar een deelgenootschap, een lidmaatschap van Jezus Christus, die zichzelf ooit de weg had genoemd.  “Van de weg zijn”, betekende zoveel als met Hem verbonden zijn en vanuit zijn kracht in zijn navolging leven. Het betekende zijn weg gaan, de weg die over het kruis liep naar de hemelse glorie.

Lucas was zelf iemand ‘van de weg’, een lid van de eerste Kerk. De Geest zette hem ertoe aan heel de weg van Jezus met een bijzondere liefde na te gaan en te beschrijven, van het begin af tot aan de Romereis van de apostel Paulus. Zo is ook zijn paasevangelie een wegverhaal.

Paasevangelie

 “Juist die dag waren er twee van hen op weg naar een dorp, dat Emmaüs heette en zestig stadiën van Jeruzalem lag.”  Tot aan de kruisiging van Jezus hebben alle wegen in het Lucasevangelie Jeruzalem tot doel. De laatste en beslissende van die wegen is de weg die Jezus inslaat naar de hoofdstad van zijn land. Lucas leidt hem in 9,51 plechtig in met de woorden: “Toen de dagen van zijn verheffing hun vervulling tegemoet gingen, aanvaardde Hij vastberaden de reis naar Jeruzalem.” Jeruzalem is zijn doel. In Jeruzalem zal zijn verheffing plaatsvinden.

Jeruzalem

Jeruzalem gold als ‘de stad van de grote Koning’. De stad zal echter op de dag die haar hele roeping uitmaakt, mislukken, zij zal de Gezalfde van God verwerpen.  Als centrum van Israël en plaats van de tempel kon zij gelden als het middelpunt van de wereld. In haar zal zich volgens Gods raadsbesluit het lot van de hele wereld voltrekken, maar heel anders dan zij zich had gedacht. Zij toont zich als de vertegenwoordigster van een godvijandige wereld, die in de kruisiging van Jezus haar eigen ondergang nabij brengt. Met de kruisiging van Gods Gezalfde is haar heilshistorische rol als centrum van de mensheid ten einde.

Vanaf de verrijzenis van de Heer voeren de wegen, waaraan Lucas zijn bijzondere aandacht schenkt, heel opvallend van Jeruzalem weg. De Emmaüsgangers, de Ethiopische schatmeester (de eerste heiden die gedoopt wordt), Saulus, de toekomstige apostel van de volken, zij komen allen in contact met de Heer op een weg die van Jeruzalem wegleidt. Dat wil zeggen: het heilige ligt van nu af niet meer binnen de muren van de stad maar in de verrijzenis van Jezus Christus. In een oude psalm stond al profetisch: “De steen, die de bouwlieden verwierpen, thans is hij tot hoeksteen geworden” . In plaats van het aardse Jeruzalem is in de verrezen Heer het hemelse gekomen.

Pastoor Jos Verstraeten