de zaaier

Bij de elfde zondag door het jaar B

Het Rijk Gods, waarop lijkt het?
Het is graan dat kiemt en gedijt
dag na dag, bij regen en zonneschijn.
Een hand zaait het in het land,
de boer gaat heen, slaapt en staat op.
Ondertussen groeit het graan,
het rijpt in volle zomer,
en niemand ziet hoe. Het is er!

Het Rijk Gods, waarop gelijkt het?
Het is als het mosterdzaadje,
een klein en nietig ding.
Een vogel draagt het rond,
het valt op een plek tegen de woestijn.
Het kiemt in schrale grond,
het wordt met de jaren een struik,
het krijgt grote takken, zo ruim
dat vogels er hun nesten bouwen.
Niemand zag het groeien. Het is er!

Het Rijk Gods,
de vreugdedroom van God
wil werkelijkheid worden
met het zaad van geduld.
Het mosterdzaadje zal groeien,
zijn takken zullen reiken
binnen handbereik van kinderen.
Zij zullen elkaar de vruchten doorgeven
vreugde en pijn, niets en alles
en Gods Rijk zal glimlachen…
Theo Willemen

 

 

 

 

Zoeken