doop van de Heer

Beste lezer en lezeres,

 

Het doopsel van Johannes was een akte van boetedoening. Een mens die zich liet dopen, kwam bekennen dat hij een zondaar was, dat hij gefaald had, dat hij tegenover God niet in de juiste houding stond. En hij kwam zich onderwerpen aan een oordeel van God.

Het is vreemd dat Jezus zich kwam laten dopen. Hij had geen zonden te belijden. Toch heeft Hij zich geschaard in de rij van al die mensen die zich kwamen buigen voor God. Het oordeel dat over Hem uitgesproken werd, is dan ook geen oordeel, geen aanklacht, geen beschuldiging, maar niets minder dan een liefdesverklaring.

 

Gods vreugde

 

Midden tussen de mensen die opstaan uit het water, ziet de Vader zijn Zoon die Hij voor de mensen gegeven had. Het doet zijn hart slaan van blijdschap en ongeduld. Het getuigenis dat Hij over Hem aflegt, luidt: “Dit is mijn Zoon, mijn veelgeliefde.”

Eindelijk is daar een mens van wie God kan zeggen: “Dit is mijn Zoon”. Niet meer ‘een verloren zoon’ – dat had Hij zo vaak kunnen zeggen – maar ‘mijn veelgeliefde zoon’. Tot alle mensen had Hij dit willen zeggen, tot alle mensen van Adam af, maar het was Hem niet mogelijk geweest. Maar nu, na zoveel eeuwen, is daar eindelijk iemand tot wie Hij kan zeggen: “Mijn Zoon, in wie Ik welbehagen heb”.

Het doopsel van Jezus is de dag van Gods vreugde want het is het verschijnen van de echte mens, de mens die God bedoeld had, de enige die er eigenlijk had moeten zijn, die er altijd had moeten zijn.

 

Onze vreugde

 

Het zou ook de dag van onze vreugde moeten zijn. Jezus’ doop heeft het water tot een sacrament gemaakt waardoor ook wij Gods geliefde kinderen kunnen zijn. Wat in Jezus’ doop is gebeurd, is ook in onze doop gebeurd. Met een woord dat Hij nooit meer herroept, heeft God tot ons gezegd: ”Ja, ook gij zijt mijn kind. Gij behoort bij Mij, gij zijt voor Mij als een broer van Jezus, een zus van Jezus, naar wie mijn liefde uitgaat. In het doopsel hebben wij mogen horen dat God ook voor ons een plaats heeft in zijn hart, dat Hij ons ziet, ons kent, ons liefheeft.

 

Het leven lang

 

Wij hebben deze liefde van God in ons leven dikwijls geschonden. Jezus bleef zijn hele leven erin ondergedompeld. Overspoeld erdoor is Hij zijn weggegaan en heeft Hij die liefde uitgestraald. Tot ze op het kruis van Hem afdruppelde zoals het water van Hem afdruppelde toen Hij opstond uit de Jordaan.

Ook voor ons is het doopsel geen gebeurtenis van één dag, lang geleden. Het is een gebeurtenis die heel ons leven kan kleuren. Leven als gedoopte wil zeggen: geloven dat God zijn liefde over ons heeft uitgesproken en deze liefde waarderen als de allergrootste schat. Wat er ons ook kan overkomen, uit deze liefde kunnen wij niet vallen, als we er niet zelf van weglopen. Leven als gedoopte is een antwoord geven van wederliefde aan Hem die ons liefheeft.

 

Pastoor Jos Verstraeten  – 9 januari 2022   

Zoeken