lege graf

Beste lezer en lezeres,

 

In de paasnacht wordt bij het begin van de liturgie een vuur aangelegd waaraan de paaskaars ontstoken wordt. Deze kaars wordt dan in de donkere kerkruimte binnengedragen. Zij herinnert aan de vuurzuil waarin God het volk Israël voorging bij zijn uittocht uit de slavernij. Voor alles echter is de paaskaars een symbool voor Christus die uit de dood is opgestaan.

Haar symbolische betekenis wordt nog versterkt doordat men Jezus’ kruis in haar tekent, alsook alfa en omega, de eerste en de laatste letter van het Griekse alfabet, als herinnering aan het woord van de Verrezene: “Ik ben de aanvang en het einde.” Tenslotte schrijft men op de kaars ook het getal van het jaar en steekt vijf wierookkorrels als voorstelling van de wonden van de verheerlijkte Heer.

 

Helaas

 

Voor het tweede jaar op rij konden wij de paasliturgie niet vieren met heel de parochiegemeenschap. Met een kleine groep, niet meer dan vijftien personen, hebben wij de paaskaars gewijd en haar op haar plaats gebracht in elk van onze kerken. Na de paastijd krijgt zij een plaats bij de doopvont; van haar licht neemt men het licht voor de doopkaars. Bij de uitvaart wordt zij bij de kist van de overledene gesteld als teken daarvan dat de dood van de christen zijn persoonlijk Pasen is.

 

Paasjubelzang

 

De paaskaars wordt vooraan op een hoge kandelaar geplaatst en bewierookt. Dan wordt de grote lofzang op de paaskaars gezongen, een tekst van uitbundige, poëtische schoonheid. Omdat wij geen gemeenschappelijke paasviering konden hebben, laten wij hier de tekst van dit gezang eens volgen. Met haar boodschap kunnen wij de vreugde van Pasen tot ons laten doordringen.

 

Juicht nu, engelen van God in de hemel, steekt de bazuin en verkondigt het heil: uw Koning heeft overwonnen! Aarde, lichtovergoten, verheug u: de luister van de eeuwige Koning omstraalt u. Zie, van heel de wereld is het duister geweken! Ook gij, onze moeder de Kerk, overstroomd door dit glanzende licht, verblijd u! Deze heilige ruimte weerklinke van de machtige stem van het volk!

Daarom, broeders en zusters, staande in dit wondere schijnsel, bidt samen met mij de barmhartige God: dat ik, onwaardige dienaar, gelouterd door zijn glorievol licht, het lied van de paaskaars waardig mag zingen.

 

Ja, wij moeten met hart en ziel en met luide stem de lof zingen van de onzichtbare God, de almachtige Vader, en van zijn eengeboren Zoon, onze Heer Jezus Christus, die voor ons de schuld van Adam bij de eeuwige Vader betaald heeft, en de schuldbrief van de oude zonde heeft uitgewist met zijn bloed. Dit is het paasfeest waarop het ware Lam wordt geslacht: zijn bloed heiligt de deuren van hen die geloven.

 

In deze nacht hebt Gij onze vaderen, de zonen van Israël, uit Egypte geleid en droogvoets door de Rode Zee gevoerd. Deze nacht heeft het duister van de zonde door de lichtende vuurzuil verdreven. Deze nacht heeft over geheel de wereld, hen die in Christus geloven, van de zonden gescheiden, in genade hersteld en geheiligd.

 

In deze nacht heeft Christus de boeien van de dood verbroken en is Hij zegevierend uit het dodenrijk opgestaan. Zonder de weldaad van de verlossing had ons leven geen enkele zin! Hoe mateloos groot was uw goedheid voor ons! O onschatbaar bewijs van uw liefde: om de slaaf vrij te kopen hebt Gij de Zoon prijsgegeven! Moest de zonde van Adam niet worden begaan om door Christus’ dood te worden gedelgd! Gelukkige schuld, waaraan wij de Verlosser danken!

O waarlijk heilige nacht, de enige die tijd en uur mocht kennen waarop Christus uit de doden verrees! Dit is de nacht waarvan geschreven staat: voor u is het donker niet duister, de nacht zo licht als de dag. Deze heilige nacht verjaagt de zonden en vergeeft de schulden; de gevallenen richt zij op, de bedroefden maakt zij blij; zij verdrijft de haat, brengt vrede en doet de machtigen buigen.

 

Aanvaard dan, heilige Vader, in deze genadevolle nacht de lofprijzing die de Kerk U bij dit brandend waslicht als een avondoffer aanbiedt. Wat deze lichtkolom verkondigt, weten wij: zij meldt de heerlijkheid van God; ook al neemt men van dit licht, haar glans vermindert niet, want het blijft gevoed door de smeltende was, die moeder bij heeft bereid voor deze kostbare fakkel.. O waarlijk heilige nacht, hemel en aarde worden één, God en mens ontmoeten elkaar!

Zo bidden wij U, Heer: moge deze kaars, gewijd tot eer van uw Naam, onverzwakt blijven branden om de duisternis van deze nacht te verdrijven; moge haar licht samenvloeien met de hoge hemellichten, en haar vlam de morgenster begroeten: de morgenster die nooit verbleken zal, die, uit het dodenrijk herrezen, over heel het menselijk geslacht stralend is opgegaan: Christus, uw Zoon, die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen.

 

Zalige hoogdag aan u, beste lezer en lezeres.

 

Jos Verstraeten

Zoeken